Roemenië is een semi-presidentiële republiek met als staatshoofd een president (momenteel president Klaus Johannis).  Aan het hoofd van de regering staat een premier (momenteel Viorica Dăncilă – PSD), benoemd door de president.

stemgerechtigden

De huidige regering (per 17 oktober 2017) wordt gevormd door socialistisch PSD(24 ministers) en het liberale ALDE(4 ministers) en de onafhankelijke Minister van Justitie. Deze coalitie heeft gedoogsteun van de Hongaarse minderheidspartij UDMR. Voorzitter van het parlement is Liviu Dragnea(PSD) en voorzitter van de Senaat(tevens Vice-President van Roemenië is Calin Popescu Tariceanu(ALDE).

Voor een uitgebreide informatie zie de Engels- en Roemeens talige website www.gov.ro . Roemenië kent evenals in Nederland  een tweekamerstelsel . De Tweede Kamer wordt in Roemenië de Kamer van Afgevaardigden(Camera Deputaţilor) genoemd en kent 332 zetels. De Eerste Kamer wordt Senaat(Senat) en telt 137 zetels.

De leden van het Huis van Afgevaardigden worden middels een districtenstelsel gekozen voor vier jaar. De twee kamers vormen samen de wetgevende assemblee, wier taak het is de nieuwe Roemeense (grond)wet(ten) aan te nemen.

De presidentverkiezingen vonden op 16 november 2014 plaats, waarbij als president Klaus  Johannis werd gekozen voor een periode van maximaal twee maal vijf jaar.

Administratieve indeling
Het land is onderverdeeld in 41 districten (județe, enkelvoud județ), plus Groot-Boekarest. Deze districten worden aangestuurd door een prefect die rechtstreeks onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken ressorteert. Mede onder invloed van het vigerend beleid van de Europese Unie met betrekking tot de ontwikkeling van de regio’s overweegt Roemenië om tot regionalisering over te gaan. In zekere mate lijkt het erop dat de bestaande regio’s worden ongevormd tot provincies.

Hervormingen(constitutioneel en bestuurlijk)
Thans vinden besprekingen plaats over door te voeren constitutionele hervormingen die het huidige karakter van een semi-presidentiële republiek willen veranderen in een parlementaire republiek.

De vlag van Roemenië
(Roemeens: Drapelul României) is een verticale driekleur bestaande uit een blauwe, een gele en een rode band. De drie banden zijn even breed. Het huidige ontwerp werd officieel aangenomen in 1994, maar is sinds 1989 in gebruik. De eerste vlag dateert uit 1834, maar de kleuren zelf worden al sinds de 9e eeuw gebruikt in de gebieden die tegenwoordig tot Roemenië behoren. De kleuren hebben een diepe oorsprong in Roemeense geschiedenis. De kleuren staan namelijk voor de drie voormalige vorstendommen en historische provincies Walachije (blauw), Transsylvanië (geel) en Moldavië (rood). Elke kleur heeft een eigen geschiedenis in zijn gebied van oorsprong, en de samenvoeging van de drie kleuren is een historisch proces geweest. De communistische regering (1947-1989) trachtte via propaganda symbolische betekenissen aan de kleuren te geven: rood zou staan voor het bloed van de gevallen helden, geel voor de graanvelden en blauw voor de hemel. De communisten noemden de kleuren ook altijd in de volgorde rood-geel-blauw, terwijl de normale kleurvolgorde (vanaf de hijszijde) net andersom is

Het wapen van Roemenië
(Roemeens: Stema României) werd op 10 september 1992 goedgekeurd door het Roemeense parlement. Het is gebaseerd op het wapen dat het Koninkrijk Roemenië tussen 1922 en 1947 in gebruik had. Het wapen laat een adelaar zien met een kruis in zijn bek en met een scepter en zwaard in zijn klauwen. Ook zijn de drie kleuren van de Roemeense vlag in het wapen te zien: blauw, geel en rood. Het schild in het midden van het wapen is verdeeld in vijf delen. Elk deel staat voor één historische regio:
1.    Gouden adelaar – Walachije (Valahia of Țara Românească)
2.    Oeros – Moldavië (Moldova)
3.    Dolfijnen – Dobroedzja (Dobrogea)
4.    Een zwarte adelaar, zeven kastelen, een zon en een maan – Transsylvanië (Transilvania of Ardeal)
5.    Een leeuw en een brug – Oltenië (Oltenia) en Banaat (Banat)
Gelijk na de Roemeense Revolutie van 1989 wilde Roemenië een nieuwe vlag en een nieuw wapen invoeren. Een van de symbolen van de revolutie was de vlag met een gat in het midden, waar het communistische wapen uitgeknipt was. De commissie zette een ontwerpwedstrijd op. Het parlement koos er twee ontwerpen uit die uiteindelijk werden gecombineerd. De combinatie, het huidige wapen, werd goedgekeurd door de twee kamers in het parlement op 10 september 1992. Het centrale element in het Roemeense wapen is de adelaar met zijn kruis. Traditioneel, verschijnt de adelaar in het wapen van het district Argeș, van de stad Pitești en van de stad Curtea de Argeș. Het staat voor het “nest van de Bessarabiërs”. De adelaar, het symbool van latiniteit en van een heraldische vogel van de eerste rang, symboliseert moed, bepaling, het stijgen naar grote hoogten, macht en pracht. In het wapen van Transsylvanië is de adelaar ook te vinden. De achtergrond is azuurblauw en symboliseert de hemellucht. De adelaar houdt in zijn klauwen de insignes van soevereiniteit: een scepter en een zwaard, een scepter vanwege Michaël de Dappere die de drie vorstendommen voor het eerst verenigd had (1601), en een zwaard vanwege Ștefan cel Mare (Stefan de Grote), ook wel Kampioen van Christus, een heerser van Moldavië (1456-1504). Op de borst van de adelaar is er een schild met de symbolen van de historische regio’s van Roemenië (Walachije, Moldavië, Transsylvanië, Banaat en Crișana) maar ook de twee dolfijnen van de Roemeense zeekust.
Sinds 11 juli 2016 is het wapenschild aangepast met de heraldische voorstelling van de kroon van koning Carol I. Een symbool van zijn koninklijke verleden en een teken voor de periode in 1881 en 1947 toen Roemenië de facto en de jure een monarchie was, geregeerd door het huis Hohenzollern-Sigmaringen door zijn Roemeense tak, gesticht door Carol I

Het volkslied van Roemenië
Deșteaptă-te, române! (vertaling: ontwaak, Roemeen!) is sinds 1989 het volkslied van Roemenië, en van 1989 tot 1994 ook het volkslied van Moldavië. De tekst is geschreven door Andrei Mureșanu (1816-1863), dichter van romantische werken, journalist, vertaler en een volksleider uit de tijd van de 1848-revolutie. De muziek is gecomponeerd door dichter, zanger en schrijver Anton Pann (1796-1854). Het gedicht “Un răsunet” (een echo) van Mureșanu, geschreven en gepubliceerd in de tijd van de 1848-revolutie, is in enkele dagen op muziek gezet, en werd voor het eerst gezongen op 29 juni 1848 in de Walachijse stad Râmnicu Vâlcea (in Walachije was de revolutie begonnen op 11 juni). Het gedicht werd door zijn energieke en opzwepende inhoud een volkslied, onder de titel Deșteaptă-te, române!. Het volkslied, dat de boodschap van patriottisme en vrijheid in zich draagt, is sindsdien gezongen bij elk groot conflict in Roemenië. Dit was met name het geval bij de anticommunistische revolutie van 1989, toen het het communistische volkslied “Trei culori” (drie kleuren) verdrong.
Het Roemeense volkslied bestaat uit 11 strofen, waarvan gewoonlijk slechts de strofen 1, 2, 4 en 11 worden gezongen.

Vertaling;

Ontwaak, Roemeen, uit de slaap der dood
Waarin barbaarse tirannen je susten
Nu of nooit: geef je lot ’n and’re wending
Zodat het zelfs des vijanden wreedheden onderwerpt

Nu of nooit, bewijzen wij de wereld
Dat in deez’ handen nog steeds Romeins bloed vloeit
En dat wij in onze borst, een roemrijke naam bewaren
een overwinnaar in de strijd, een naam als Trajanus!

Beziet, grootste schaduwen, Mihai, Stefan, Corvinus,
De Roemeense staat is jullie oir
Wapens ter hand genomen, jullie vuur in d’aderen
Schreeuwen allen: “Leven in vrijheid of anders de dood!”

Priesters, met het kruis vooraan! Want christelijk is het leger
Vrijheid is het devies en heilig is het streven
Beter vechtend te sterven in volle glorie
Dan opnieuw slaaf te zijn op onze oude grond!


Deşteaptă-te, române!
Deşteaptă-te, române, din somnul cel de moarte,
În care te-adânciră barbarii de tirani
Acum ori niciodată croieşte-ţi altă soarte,
La care să se-nchine şi cruzii tăi duşmani.

Acum ori niciodată să dăm dovezi în lume
Că-n aste mâni mai curge un sânge de roman,
Şi că-n a noastre piepturi păstrăm cu fală-un nume
Triumfător în lupte, un nume de Traian.

Înalţă-ţi lata frunte şi cată-n giur de tine,
Cum stau ca brazi în munte voinicii sute de mii;
Un glas ei mai aşteaptă şi sar ca lupi în stâne,
Bătrâni, bărbaţi, juni, tineri, din munţi şi din câmpii.

Priviţi, măreţe umbre, Mihai, Ştefan, Corvine,
Româna naţiune, ai voştri strănepoţi,
Cu braţele armate, cu focul vostru-n vine,
“Viaţă-n libertate ori moarte” strigă toţi.

Pre voi vă nimiciră a pizmei răutate
Şi oarba neunire la Milcov şi Carpaţi
Dar noi, pătrunşi la suflet de sfânta libertate,
Jurăm că vom da mâna, să fim pururea fraţi.

O mamă văduvită de la Mihai cel Mare
Pretinde de la fii-şi azi mână d-ajutori,
Şi blastămă cu lacrămi în ochi pe orişicare,
În astfel de pericul s-ar face vânzători.

De fulgere să piară, de trăsnet şi pucioasă,
Oricare s-ar retrage din gloriosul loc,
Când patria sau mama, cu inima duioasă,
Va cere ca să trecem prin sabie şi foc.

N-ajunge iataganul barbarei semilune,
A cărui plăgi fatale şi azi le mai simţim;
Acum se vâră cnuta în vetrele străbune,
Dar martor ne de Domnul că vii nu oprimim.

N-ajunge despotismul cu-ntreaga lui orbie,
Al cărui jug de seculi ca vitele-l purtăm;
Acum se-ncearcă cruzii, cu oarba lor trufie,
Să ne răpească limba, dar morţi numai o dăm.

Români din patru unghiuri, acum ori niciodată
Uniţi-vă în cuget, uniţi-vă-n simţiri.
Strigaţi în lumea largă că Dunărea-i furată
Prin intrigă şi silă, viclene uneltiri.

Preoţi, cu crucea-n frunte căci oastea e creştină,
Deviza-i libertate şi scopul ei preasfânt.
Murim mai bine-n luptă, cu glorie deplină,
Decât să fim sclavi iarăşi în vechiul nost’pământ.